|
Van vele graven
resten slechts de verkleuring van de kuil en het skelet. Gelukkig
waren er ook andere. Zo vonden we in de annexe die tegen de traptoren
en de noordelijke zijbeuk aanleunt en die later als doopkapel gebruikt
werd, een interessant graf dat voor de begravingen in de Sint-Laurentiuskerk
uniek is.
 |
|
Inhumatie
in een graf opgebouwd uit Doornikse kalkstenen
|
De wanden waren
in Doornikse kalksteen opgemetseld. Enkele grote platen in dezelfde
steensoort dekten het graf af. De binnenkant was bijzonder. Op de
wanden zat een pleisterlaag met fijngewreven aardewerkgruis, waardoor
het geheel roodgekleurd was. Het skelet lag op een mortelvloer die
op de plaats van het hoofd een uitholling toonde. Graven waarbij
in de bodem een uitsparing werd gemaakt voor het hoofd of het volledige
lichaam, zijn van het antropomorfe type. Men legde de overledene
in de gemaakte uitholling. Plaats voor een kist was er op deze wijze
niet. Belangrijk is dat we een tijdsaanduiding hebben voor het graf.
Het wordt immers afgedekt door de brandlaag die we overal in de
kerk terugvonden. De begraving greep dus plaats voor een grote brand
naar het einde van de 12de eeuw toe het kerkgebouw teisterde.
 |
|
Graf
met restanten van kistbeslag
|
In een ander
graf bleven elementen van de lijkkist bewaard. Behalve enkele planken
gaat het vooral om de drie ijzeren banden die de kist samenhielden
en de hengsels.
In twee graven
kwamen op de skeletten textielresten voor. In één
geval ging het om de overblijfselen van een kazuifel met een geborduurd
kruis. Er zat metaaldraad in verwerkt. Vermoedelijk dateert de kazuifel
uit de 17de eeuw. Op het andere skelet zaten resten van bandweefsels
versierd met verschillende motieven van opgelegd borduurwerk. Op
deskundige wijze werden de textieloverblijfselen door Michelle De
Brueker en Juliette De boeck van het Koninklijk Instituut voor het
Kunstpatrimonium vrijgemaakt.
 |
|
Skelet
met textielresten.
|
De stukken zijn
overgebracht naar het K.I.K waar ze verder behandeld en bestudeerd
worden. Men gaat daarbij als volgt te werk. Eerst worden de restanten
met zorg uit elkaar gehaald d.m.v. koude stoom. Dan worden de stukken
op een speciale folie gelegd waar ze gespoeld worden met gedemineraliseerd
water. Deze werkwijze staat toe de slijkresten te verwijderen. Het
geheel wordt verder gereinigd en klaargemaakt voor studie. Men onderzoekt
daarbij verschillende aspecten zoals bv. de vezels, de weeftechniek
en de gebruikte kleurstof. Uiteraard vormt ook de datering een belangrijk
aandachtspunt. Dit onderzoekswerk zal gebeuren o.l.v. Vera Vereecken,
verantwoordelijke voor de textielconservatie op het K.I.K.
 |
|
Michelle
De Brueker en Juliette De boeck (K.I.K)
leggen met grote omzichtigheid de textielresten vrij
| |