Sint Laurentiuskerk

Bezoek in Ename
Nieuwe onderzoeksresultaten
Zijaltaren teruggeplaatst
Lambrisering teruggeplaatst
Een nieuwe vloer
Opgravingen naast oostkoor
Oud pleisterwerk
Muurschilderingen
De oostgevel
Ottoonse vormgeving
Geen toren
Meer Romeinse aanwijzingen
Bevestiging van een interpretatie
Beton sluit opgravingen af
Graven die opvallen
Monikkenwerk
ONDERZOEK
Graven die opvallen (8 december 2000)

Van vele graven resten slechts de verkleuring van de kuil en het skelet. Gelukkig waren er ook andere. Zo vonden we in de annexe die tegen de traptoren en de noordelijke zijbeuk aanleunt en die later als doopkapel gebruikt werd, een interessant graf dat voor de begravingen in de Sint-Laurentiuskerk uniek is.

Inhumatie in een graf opgebouwd uit Doornikse kalkstenen

De wanden waren in Doornikse kalksteen opgemetseld. Enkele grote platen in dezelfde steensoort dekten het graf af. De binnenkant was bijzonder. Op de wanden zat een pleisterlaag met fijngewreven aardewerkgruis, waardoor het geheel roodgekleurd was. Het skelet lag op een mortelvloer die op de plaats van het hoofd een uitholling toonde. Graven waarbij in de bodem een uitsparing werd gemaakt voor het hoofd of het volledige lichaam, zijn van het antropomorfe type. Men legde de overledene in de gemaakte uitholling. Plaats voor een kist was er op deze wijze niet. Belangrijk is dat we een tijdsaanduiding hebben voor het graf. Het wordt immers afgedekt door de brandlaag die we overal in de kerk terugvonden. De begraving greep dus plaats voor een grote brand naar het einde van de 12de eeuw toe het kerkgebouw teisterde.

Graf met restanten van kistbeslag

In een ander graf bleven elementen van de lijkkist bewaard. Behalve enkele planken gaat het vooral om de drie ijzeren banden die de kist samenhielden en de hengsels.

In twee graven kwamen op de skeletten textielresten voor. In één geval ging het om de overblijfselen van een kazuifel met een geborduurd kruis. Er zat metaaldraad in verwerkt. Vermoedelijk dateert de kazuifel uit de 17de eeuw. Op het andere skelet zaten resten van bandweefsels versierd met verschillende motieven van opgelegd borduurwerk. Op deskundige wijze werden de textieloverblijfselen door Michelle De Brueker en Juliette De boeck van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium vrijgemaakt.

Skelet met textielresten.

 

De stukken zijn overgebracht naar het K.I.K waar ze verder behandeld en bestudeerd worden. Men gaat daarbij als volgt te werk. Eerst worden de restanten met zorg uit elkaar gehaald d.m.v. koude stoom. Dan worden de stukken op een speciale folie gelegd waar ze gespoeld worden met gedemineraliseerd water. Deze werkwijze staat toe de slijkresten te verwijderen. Het geheel wordt verder gereinigd en klaargemaakt voor studie. Men onderzoekt daarbij verschillende aspecten zoals bv. de vezels, de weeftechniek en de gebruikte kleurstof. Uiteraard vormt ook de datering een belangrijk aandachtspunt. Dit onderzoekswerk zal gebeuren o.l.v. Vera Vereecken, verantwoordelijke voor de textielconservatie op het K.I.K.

Michelle De Brueker en Juliette De boeck (K.I.K)
leggen met grote omzichtigheid de textielresten vrij

 

 

 

 

 
Ename 974 website, versie 3.2, © Ename 974 - Inlichtingen : museum@ename974.org