|
|
Op 16
en 23 mei kreeg het DVI-team (Disaster Victim Identification)
van Cdt. De Winne in Ename praktijkles in archeologische
technieken.
Het is hun bedoeling deze technieken ook in het gerechtelijk
onderzoek toe te passen.
In hun speurwerk worden politionele diensten immers vaak
geconfronteerd met menselijke resten. De manier waarop beenderresten
worden opgegraven, geconserveerd en gedocumenteerd en het
onderzoek van de vindplaats en haar omgeving kunnen leiden
tot significant bewijsmateriaal.
Zo bijv.
kan men heel wat informatie aflezen uit een profiel (vertikale
doorsnede). Uit het verloop van de verschillende lagen kan
men immers de geschiedenis van een plaats reconstrueren.
Begint een kuil bijv. vanaf het maaiveld, dan kan zij van
recente datum zijn. Wordt zij overdekt door andere lagen
dan hebben we met oudere feiten te maken.
|
|
Koen
De Groote wijst aan welke informatie de studie van het
profiel kan opleveren.
|
|
|
|
Een
belangrijk deel van de praktijklessen belichtte hoe men een
menselijk skelet blootlegt, fotografeert en intekent, welke
metingen men ter plaatse verricht en hoe
men de beenderen nadien inzamelt , opbergt en transporteert. |
| Na
het vrijleggen en intekenen van de menselijke resten... |
|
|
|
 |
| zamelt
men deze volgens een standaard procedure in... |
en
documenteert men de vondsten op gestandardiseerde formulieren |
|
|
De
speurders brachten ook hun eigen grondradar mee. Dit toestel
werd gebruikt om holtes en verstoringen in de bodem op te
sporen. De resultaten kunnen later vergeleken worden met de
opgravingsgegevens. |
| De
grondradar maakt een beeld van de ondergrond van de middenbeuk |
|