|
|
|
OPGRAVING
|
Persconferentie
"Archeologie ten dienste van de maatschappij" (9 mei
2000)
|
|
Archeologen
bestuderen het menselijk gedrag in het verleden. Alles wat
onze voorgangers vroeger deden, is voor hen interessant:
eten, drinken, huizen bouwen, potten bakken, godsdienstbeleving,
leven en sterven. Archeologen trachten over dit alles meer
te weten te komen door het bestuderen van sporen in de ondergrond
en van vondsten uit de bodem. Hun onderzoek is dan ook zeer
verscheiden: potscherven zeggen iets over het huisraad van
vroeger, vlekken in de grond onthullen waar gebouwen hebben
gestaan, plantenresten en dierenbeenderen tonen hoe de voeding
was samengesteld. Op de meest eenvoudige of ingewikkelde
manier wordt aan dit begraven materiaal informatie onttrokken.
Een snijspoor op een bot onthult hoe een dier werd gevild,
scheikundig onderzoek van een scherf zegt met welke grondstof
de pot is gemaakt, vergelijking van gebouwsporen toont de
rijkdom van vroegere bewoners.
Archeologen
zijn dus echte speurders. Ze zijn de Maigret van de middeleeuwen,
de Sherlock Holmes van de prehistorie, de Miss Marple van
de Romeinse tijd. Dat wordt nog het meest duidelijk bij
een speciale vondstengroep: de menselijke resten.
|
|
Hoofdarcheoloog
Dirk Callebaut geeft de aanwezige pers een overzicht van
de restauratiewerken en opgravingen
|
|
|
|
Het
is natuurlijk niet meer dan logisch dat bij de studie van
de vroegere mens de resten van die mens zelf bijzondere
aandacht krijgen. En dat kan, want archeologen stuiten bij
hun graafwerk op de stoffelijke overblijfselen van wie hier
vroeger woonde. Afhankelijk van de periode waaruit de begravingen
stammen, gaat het om gecremeerde (verbrande) resten of om
gewone grafkuilen met een skelet erin.
Nauwkeurig
blootleggen en inzamelen van de menselijke resten maakt
het mogelijk in het laboratorium allerlei informatie te
weten te komen. Deze studie noemt men fysische antropologie.
Hoe oud was de begravene op het moment van overlijden? Gaat
het om een man of een vrouw, een jongen of een meisje? Hoe
groot was de persoon? Was hij of zij fors gebouwd of eerder
tenger? Aan welke ziekten leed de begravene tijdens het
leven? Waren er voedingstekorten, bestond het leven uit
hard labeur of was de persoon eerder onderhevig aan beschavingsziekten,
samengaand met overdaad en luxe? Wat was de doodsoorzaak:
ouderdom, ziekte, ongeval of geweld? Het antwoord op al
deze vragen is vaak te achterhalen door de studie van het
menselijk botmateriaal. Daarbij verzamelt de fysisch antropoloog
de gegevens persoon per persoon, alhoewel het uiteindelijke
doel verder ligt.
|
| Het
opgravingsteam demonstreert het vrijleggen van graven |
|
|
|
Archeologen
zijn zelden geboeid door het wedervaren van één
bepaalde persoon. Hoe oud Jan, Koen of Dirk vroeger geworden
zijn, is van weinig belang. Hoeveel kinderen Claire, Vera
of Eva baarden, is van geen tel. Belangrijk is te weten
hoe oud men gemiddeld werd in een bepaalde periode, en of
de levensverwachting verschilde voor mannen en vrouwen.
Het overlijden van een kind is triest maar slechts een historische
anecdote. De evolutie van de kindersterfte doorheen de tijd
is daarentegen een cruciaal studiethema, willen we iets
van het vroegere leven begrijpen.
Wanneer
een archeoloog de kerk van Ename opgraaft, is het doel dus
de levensloop en de levenskwaliteit van de vroegere parochianen
te achterhalen. Archeologen zijn geïnteresseerd in
een bevolkingsgroep, niet in één bepaald individu.
|
| Commandant
Joan De Winne legt de samenwerking met het opgravingsteam
van Ename uit |
|
 |
| Antropologe
Marit Vandenbruaene toont hoe skeletten kunnen worden gedetermineerd |
| Bij
politiemensen ligt dit anders. Wanneer het gaat om de zoektocht
naar bewijsmateriaal rond moord en doodslag, speuren zij net
als archeologen naar resten uit het verleden (zij het dan
een recent verleden). Soms gaat het effectief ook om begraven
menselijke resten en dan blijkt dat
politiespeurders heel veel van de archeologische manier van
werken kunnen leren. De politieman of -vrouw blijft echter
geboeid door de gebeurtenissen rond het overlijden van één
bepaalde persoon. De vraagstelling verschilt dus met die van
de archeologie, de technieken zijn echter vaak dezelfde. |
Wat
voorafging ...
|
|